1 januari – Een grimmig begin van het nieuwe jaar. Vanochtend, vlak voor het vertrek uit de flat van Jeannes moeder, moest ik even wachten en begon ik een stapel tijdschriften door te nemen. Mijn oog werd getroffen door een foto op de cover. Toen hij werkte aan zijn roman 'Hokwerda's kind', registreerde Oek de Jong in zijn dagboek nauwkeurig de ontstaansgeschiedenis ervan. Maar hij geeft ook beeldende beschrijvingen van een zeiltocht of een ontroerende uitvoering van Goldbergvariaties, afgewisseld met beschouwingen over Eckhart, Tsjechov, Carver en Kawabata. Oek de Jong (1952) wordt beschouwd als een van de belangrijkste prozaschrijvers van zijn generatie. Zijn werk werd vertaald in Frankrijk, Duitsland en Scandinavië.